Advies: Opletten met interne meerwaarden op aandelen

Fiscaal advies door Marc De Munter (Bakertilly)

De jongste maanden staat het al dan niet invoeren van een meerwaardebelasting op aandelen weer heel prominent op de politieke agenda van de regering. Maar zelfs indien dergelijke meerwaardebelasting er uiteindelijk niet zou komen, betekent dit niet dat alle meerwaarden op aandelen vrij van personenbelasting zijn.

Met de regelmaat van een klok duiken er in regeringskringen plannen op tot invoering van een algemene belasting op meerwaarden op aandelen onder het mom van een rechtvaardiger fiscaliteit. Eind 2015 werd een eerste beperkte aanzet gegeven door het invoeren van de zgn. speculatiebelasting op meerwaarden gerealiseerd binnen de 6 maanden op beursgenoteerde aandelen. Dit werd evenwel geen succes en daarom heeft de regering Michel beslist deze belasting met ingang van dit jaar terug af te voeren.
Tot nader order blijven dus meerwaarden op aandelen gerealiseerd binnen het kader van het normaal beheer van het privévermogen onbelast in de personenbelasting. Niettemin voert de fiscale administratie al jaren met wisselend succes een kruistocht tegen de vrijstelling van zogenaamde ‘interne’ meerwaarden op aandelen. Dit zijn meerwaarden gerealiseerd bij de inbreng of verkoop van aandelen aan een eigen (holding) vennootschap van de overdrager, met als gevolg dat de aandeelhouder belastbare dividenden omzet in onbelaste meerwaarden.

Interne meerwaarden leiden niet meer tot fiscaal kapitaal

Om de administratie meer slagkracht te geven in haar strijd tegen interne meerwaarden heeft de wetgever een nieuwe maatregel ingevoerd via de Programmawet van 25 december 2016. De maatregel viseert het klassiek scenario waarbij een natuurlijke persoon-aandeelhouder zijn of haar aandelen in natura inbrengt in het kapitaal van een andere (holding) vennootschap, waarna vervolgens die andere vennootschap haar aandelenkapitaal terug vermindert via een terugbetaling aan de inbrenger-aandeelhouder. Op die manier ontvangt de aandeelhouder belastingvrij cash uit zijn (holding)vennootschap.
Voor inbrengen van aandelen gedaan vanaf 1 januari 2017, waarbij de meerwaarde onbelast blijft (normaal beheer van privévermogen) wordt het fiscaal gestort kapitaal in hoofde van de inbreng genietende vennootschap beperkt tot de originele aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen bij de inbrenger. Dit is de waarde waartegen die aandelen destijds werden verworven. Het verschil tussen de marktwaarde bij inbreng en de aanschaffingswaarde (zijnde de ‘interne meerwaarde’ of ‘step-up’) wordt voortaan beschouwd als een belaste reserve in kapitaal. Een latere kapitaalvermindering die wordt toegerekend op deze belaste reserve zal dan fiscaal beschouwd worden als een dividenduitkering en onderworpen worden aan een roerende voorheffing. Deze laatste bedraagt sedert 1 januari 2017 trouwens 30%, in plaats van 27%.
Verder werden er ook gerichte controleacties aangekondigd voor gelijkaardige inbrengen die voor 1 januari 2017 plaatsvonden en dit op basis van de algemene anti-misbruikbepaling van artikel 344, §1 WIB 1992.
Voornoemde maatregel treft enkel inbrengen in natura, maar de vraag rijst hoe de wetgever tegenover een verkoop van aandelen aan een eigen (holding) vennootschap aankijkt. Daar waar de rechtspraak verdeeld reageert met toch een duidelijke tendens om het gebruik van een eigen holding niet langer als volkomen abnormaal te beschouwen, meent de wetgever dat de gerealiseerde meerwaarden onder bepaalde omstandigheden hoedanook belastbaar zijn. Luidens de memorie van toelichting bij voornoemde Programmawet zijn meerwaarden gerealiseerd bij een verkoop van aandelen tegen een rekening-courantschuld die vervolgens afgelost wordt met dividenduitkeringen of andere vergoedingen vanuit de verkochte operationele vennootschap of die vervolgens wordt ingebracht in het kapitaal van de kopende holding toch belastbaar bij de verkoper, gezien ze hun oorsprong niet zouden vinden in een verrichting van normaal beheer van het privévermogen. Uiteraard gaat het hier niet om een wettelijke bepaling, maar we verwachten toch dat de administratie zich op deze passage zal willen steunen om interne meerwaarden bij verkoop aan te pakken. Het gevolg zou zijn dat dergelijke meerwaarden belastbaar zouden zijn als divers inkomen aan 33% plus aanvullende gemeentebelastingen.

Dit advies verscheen in Vrij Ondernemen

Fiscaal Advies 3003