Fiscale voordelen ter ondersteuning van het fietsgebruik

Met de zomer in het land en de toenemende mobiliteitsproblemen in en rond onze steden maken veel werknemers en bedrijfsleiders de overstap naar de (al dan niet elektrische) fiets. De fiscale wetgever geeft daarbij figuurlijk een duwtje in de rug. Marc De Munter (Baker Tilly Belgium) geeft in Vrij Ondernemen een kort overzicht van de steunmaatregelen.

1. Kilometervergoeding
Vooreerst geldt er een belastingvrijstelling voor de kilometervergoeding toegekend voor de werkelijk met de (eigen of bedrijfs-) fiets gedane verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling en dit voor een maximaal bedrag van 0,23 euro (inkomstenjaar 2017) per afgelegde kilometer. Deze vrijstelling geldt zowel voor werknemers als bedrijfsleiders (bestuurders, zaakvoerders), ongeacht of deze hun werkelijke beroepskosten bewijzen of niet.

2. Vrijstelling
Daarnaast is er een vrijstelling voor het voordeel van alle aard dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een (bedrijfs-)fiets en toebehoren, met inbegrip van de onderhouds- en stallingskosten, die daadwerkelijk wordt gebruikt voor de verplaatsingen tussen de woon- en de werkplaats. Uit de fiscale rulingpraktijk blijkt dat de vrijstelling ook het gebruik van een gratis fietsherstellingsdienst op de werklocatie omvat, zolang de herstellingen maar betrekking hebben op bedrijfsfietsen. Naast de klassieke bedrijfsfietsen, komen ook plooifietsen en klassieke elektrische pendelfietsen in aanmerking, zolang de trapondersteuning beperkt blijft tot 25 km per uur. Deze vrijstelling kan gecombineerd worden met het bewijs van werkelijke
beroepskosten. Het is zelfs mogelijk om deze vrijstelling te cumuleren met hogervermelde belastingvrije kilometervergoeding toegekend ter dekking van andere gebruikskosten zoals bijvoorbeeld regenkledij.

3. Kosten door werkgever/vennootschap
Een derde maatregel heeft betrekking op door de werkgever of vennootschap gemaakte kosten. Kosten die specifiek zijn gedaan of gedragen om het gebruik van de fiets door de personeelsleden (en bedrijfsleiders) voor hun woon-werkverplaatsingen aan te moedigen zijn voor 120% fiscaal aftrekbaar. De betrokken kosten moeten gedaan of gedragen zijn, hetzij om een onroerend goed te verwerven, te bouwen of te verbouwen bestemd voor het stallen van fietsen tijdens de werkuren of voor het ter beschikking stellen van een kleedruimte of sanitair, al dan niet met douches, hetzij om de ter beschikking gestelde fietsen en hun toebehoren te verwerven, te onderhouden en te herstellen.

4. Beroepskosten
Een vierde steunmaatregel betreft de beroepskosten van de fietser zelf. Indien de fietser zijn werkelijke beroepskosten bewijst mag hij of zij een forfaitair bedrag van 0,23 euro (inkomstenjaar 2017) per afgelegde kilometer woon-werkverkeer in aftrek brengen. Er geldt wel een beperking voor de afgelegde afstand die beperkt is tot 100 km enkele rit. Gezien de wet enkel verwijst naar een “fiets”, lijkt deze kostenaftrek ook te gelden voor bedrijfsfietsen die ter beschikking worden gesteld van de gebruiker.

Wat met speed pedelecs?
Tot hier toe gelden bovenstaande maatregelen niet voor de zogenaamde ‘speed pedelecs’, nl. elektrische fietsen met een trapondersteuning van meer dan 25 km per uur. Gezien het groeiend succes van snelle elektrische fietsen wenst de regering hieromtrent een tegemoetkoming te doen. In een recent wetsontwerp (houdende diverse fiscale bepalingen) dat binnenkort in de Kamer zal
worden behandeld zou de notie ‘fiets’ vervangen worden door de bredere notie ‘rijwiel’, ‘elektrisch aangedreven gemotoriseerd rijwiel’ of ‘elektrisch aangedreven speed pedelec’ (zoals omschreven
in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer) zodat voornoemde fiscale gunstmaatregelen voortaan ook toepasselijk zijn op speed pedelecs en dit met ingang van inkomstenjaar 2017 (aanslagjaar 2018).

Tenslotte zou uit ontwerpteksten ook blijken dat de maatregelen voor bedrijfsfietsen nu ook uitgebreid worden tot andere dan de klassieke fietsen, zoals racefietsen en mountainbikes.

Fiscaal zijn er dus nog maar weinig redenen om niet vaker de fiets te gebruiken voor het klassieke woonwerkverkeer.

Marc De Munter is Tax Partner bij Baker Tilly Belgium en master in de rechten en fiscale wetenschappen.
m.demunter@bakertillybelgium.be www.bakertillybelgium.be

Deze column ‘Fiscaal advies’ verscheen in Vrij Ondernemen juni 2017, het magazine van LVZ.