Advies: Oprichten vennootschap fiscaal weer wat aantrekkelijker

Fiscaal advies door Marc De Munter

De jongste maanden is er heel wat te doen geweest rond de fiscale hervormingsplannen van de regering-Michel. Na wekenlang overleg kwam er eind juli witte rook uit de schouwen van de Wetstraat met het zogenaamde Zomerakkoord, dat een ingrijpende fiscale hervorming, voornamelijk van de vennootschapsbelasting, in de steigers zette. Hierna wordt verder ingegaan op de tariefverlaging.

De voornaamste doelstelling van de regering is het Belgisch tarief inzake vennootschapsbelasting (thans 33% plus 3% crisisbelasting, samen 33,99%, naast het verlaagd opklimmend tarief voor KMO-vennootschappen) dichter te laten aanknopen bij het gemiddelde tarief in de EU en de OESO-landen. De tariefverlaging zal in twee fasen verlopen. De eerste fase omvat de (boek)jaren 2018 en 2019 en de tweede fase start vanaf 2020.

Fase 1: 2018 en 2019

Het nominaal tarief van 33% daalt naar 29%, terwijl de crisisbelasting daalt van 3 naar 2%. Het globaal tarief daalt bijgevolg van 33,99% naar 29,58%. Daarnaast geldt er voor KMO-vennootschappen een verlaagd vlak tarief van 20% op de eerste 100.000 euro belastbare winst. Om hiervan te genieten moet de betrokken vennootschap aan de voorwaarden voldoen die reeds golden voor het verlaagd opklimmend tarief (op één uitzondering na) en kwalificeren als ‘kleine’ vennootschap in de zin van het vennootschapsrecht. Concreet gaat het om:
(i) twee opeenvolgende jaren niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden, eventueel op geconsolideerde basis:
(a) een balanstotaal van 4.500.000 euro
(b)een jaaromzet (excl. BTW) van 9.000.000 euro
(c) een gemiddeld personeelsbestand van 50 voltijdse equivalenten
(ii) de aandelen worden voor meer dan 50% aangehouden door natuurlijke personen
(iii) de aandelenparticipaties die de vennootschap zelf zou houden overschrijden niet 50% van het fiscaal kapitaal of de som van kapitaal en belaste reserves
(iv) de vennootschap is geen beleggingsvennootschap of gelijkaardige vennootschap met een afwijkend fiscaal stelsel
(v) de vennootschap keert jaarlijks een minimum bedrijfsleidersbezoldiging uit van 45.000 euro bruto (voorheen 36.000 euro).
Dit betekent dat kleine vennootschappen die aan bovenstaande voorwaarden voldoen op hun eerste 100.000 euro winst in totaal 20,40% belasting gaan betalen in 2018 en 2019, en de winst daarboven aan 29,58%. Vanaf 2020 dalen deze tarieven naar respectievelijk 20% en 25%. Voorwaarde is wel dat minstens één bestuurder of zaakvoerder (natuurlijke persoon) een bezoldiging ontvangt van minstens 45.000 euro per jaar. Indien de belastbare basis lager ligt, dan mag de bezoldiging dalen naar het bedrag van het belastbaar resultaat. Belangrijk is tenslotte ook dat de bezoldigingsvoorwaarde niet geldt voor nieuwe vennootschappen die niet meer dan 48 maanden zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van ondernemingen.

Fase 2: 2020 en volgende

Het nominaal tarief daalt verder van 29% naar 25% en de crisisbelasting valt weg. Voor KMO-vennootschappen geldt een vlak tarief van 20% voor de eerste 100.000 euro winst, onder de hierboven beschreven voorwaarden.

Besluit

Voornamelijk voor kleine KMO-vennootschappen zal de nominale fiscale druk vanaf 2018 voelbaar dalen, zij het dat anderzijds ook een reeks compenserende maatregelen hun intrede zal doen en de uit te keren bezoldiging met 9.000 euro per jaar stijgt. Daarnaast zullen KMO-vennootschappen die gebruik kunnen maken van het 15% tarief inzake roerende voorheffing op dividenden hun aandeelhouders voordeliger dan voorheen kunnen belonen via dividenden, waardoor het netto-inkomen (na vennootschapsbelasting en roerende voorheffing) stijgt tot vlot boven 60%, in vergelijking met ongeveer 48 – 50 % voor bezoldigingen.

Dit advies verscheen in het magazine Vrij Ondernemen.

Meer informatie: www.bakertilly.be

Oprichten vennootschap