Gatz wil oude beroepen hip maken

Vlaanderen is een regio van ‘baanbrekend vakmanschap’, van meesters en makers, sinds eeuwen gedreven door technische kennis en kunde. Het is belangrijk om waardevol vakmanschap door te geven aan volgende generaties. Met een kersvers beurzensysteem rond meesterschap speelt Cultuurminister Sven Gatz in op de vernieuwde belangstelling voor vakmanschap in ons immaterieel cultureel erfgoed en maakt hij traditionele stielen opnieuw hip.

Schoenmakers, pruikenmakers, smeden, weefsters, bakkers, goochelaars, koetsenbouwers, vertellers, boekbinders, tapdansers, instrumentenbouwers, klompenmakers, … allemaal baanbrekende vakmensen, met beroepen die een lange en rijke geschiedenis kennen. Hun kennis en ervaring staat in onze haastige samenleving onder druk of wordt steeds meer in vraag gesteld.

Niet-tastbaar erfgoed dat in hoofden en handen van mensen zit is erg waardevol. En het lokt ook de belangstelling van nieuwe leerlingen. Het doorgeven van vakmanschap aan toekomstige meesters is een voorwaarde om het levend te houden. Vaak zijn dat intensieve en tijdrovende processen. Om vakmensen de nodige tijd en ruimte te geven om intensief samen te werken met iemand die bij hem of haar in de leer wil gaan om de stiel te leren, zet minister van Cultuur Sven Gatz in op meester-leerling trajecten, een nieuw beurzensysteem in de immaterieel erfgoedsector.

Hoe werkt het?

Ter ondersteuning van een leertraject vakmanschap kunnen een meester en leerling(en) vanuit een partnerschap een beurs aanvragen. De beurs bedraagt maximum 2.000 euro per maand en een traject heeft een looptijd van maximaal twee jaar. De indiendatum voor meester-leerling trajecten is uiterlijk 15 september 2018. Het leertraject start ten vroegste op 1 januari en uiterlijk op 1 juli 2019.