Advies: Exit BVBA, welkom BV

KMO-advies door Frederic Leleux (Flexadvocaten)

Tegen 1 januari 2019 is voorzien dat de vennootschapswetgeving grondig hervormd wordt. Het wetsontwerp laat diverse types van vennootschappen sneuvelen om er slechts enkele over te houden: de maatschappij (inclusief nevenvormen VOF en CommV), met onbeperkte aansprakelijkheid en de BV, de NV en de CV, met beperkte aansprakelijkheid.

Daarbij maakt de huidige BVBA plaats voor haar opvolger, de BV (besloten vennootschap), die de meest courante vennootschapsvorm moet worden. De NV blijft bestaan, maar wordt nog meer
een vennootschap om kapitaal bijeen te brengen, waarbij de identiteit van de aandeelhouders minder van belang is. Vele structuren die nu ondergebracht zijn in de NV, omdat ze niet passen binnen de regelgeving rond de BVBA, zullen voortaan wel een thuis vinden onder de vleugels van de BV. De nieuwe wet laat immers veel meer vrijheid voor de aandeelhouders om de concrete vorm zelf te bepalen in de statuten en in aandeelhoudersovereenkomsten. Voor wie daar geen gebruik van maakt, voorziet de wet in een standaardregeling.

Geen minimumkapitaal meer

Het wegvallen van het (minimum) kapitaal is een van de belangrijkste kenmerken van de nieuwe BV. Wie met een vennootschap zaken wil doen, zal zich dus moeten vergewissen van het eigen
vermogen van de BV en kan er niet meer vanuit gaan dat er minimum 18.600 euro aan middelen in de vennootschap zitten, waarvan er tot nu toe 6.200 (bij minstens 2 vennoten) of 12.400 (bij eenmansbvba) effectief diende volstort te worden bij de oprichting. Al was dit de laatste jaren al geen zekerheid meer sinds de creatie van de starters-bvba.

Anderzijds wil dit ook niet zeggen dat iedereen zomaar een BV kan oprichten zonder enig startkapitaal. Zoals nu ook reeds het geval is, kunnen de oprichters aansprakelijk zijn ingeval de vennootschap met onvoldoende middelen wordt opgestart. Dit is echter niet meer beperkt tot het ingebrachte kapitaal, maar kan ook andere financieringsbronnen omvatten. Het financieel plan bij de oprichting wordt er dus niet minder belangrijk op, wel integendeel.

Nog een belangrijke wijziging bestaat erin dat vennootschappen zoals de BV en de NV door één persoon kunnen opgericht worden, wat nu enkel voor de EBVBA mogelijk is. Deze enige vennoot zal ook een vennootschap kunnen zijn. Ook worden de huidige beperkingen aan de overdracht van aandelen van een BV opgeheven. Een BV zal zelfs naar de beurs kunnen gaan, al blijft de NV daar meer geschikt voor.

Bestaande vennootschappen die gedetailleerde statuten hebben aangegaan, zullen grotendeels op dezelfde wijze kunnen verder werken. Gelet op de grotere vrijheid, kunnen deze afspraken geldig blijven, tenzij ze strijdig zijn met het deel van de nieuwe bepalingen waarvan niet afgeweken mag worden. Vennootschappen die momenteel slechts summiere statuten hebben en voornamelijk de huidige wettelijke regeling volgen, kunnen automatisch wel wijzigingen ondervinden wanneer zij onder de nieuwe standaardregeling komen. Vennootschappen krijgen in principe 10 jaar de tijd om zich aan te passen aan de nieuwe wetgeving, zij het dat de aanpassing wel verplicht is bij de eerstvolgende statutenwijziging, hoe beperkt ook.

Deze summiere samenvatting mag nog niet als zeker worden aanzien, nu dit wetsontwerp nog geen wet is.

Dit advies verscheen in het magazine Vrij & Vrouwelijk Ondernemen.

Meer informatie: www.flexadvocaten.be