Advies: Keer uzelf nog een vrijgesteld dividend uit dit jaar

Fiscaal advies door Marc De Munter (Baker Tilly Belgium)

Sedert dit jaar laat de fiscale wetgever toe dat particuliere aandeelhouders een beperkt bedrag aan dividenden vrij van belasting kunnen opnemen. Om hiervan te kunnen genieten dient uw vennootschap nog dit jaar een dividend uit te keren.

Eén van de hervormingsmaatregelen van de regering eind 2017 was de invoering van een fiscale aanmoediging voor beleggers om rechtstreeks te investeren in bedrijven. Het enorme volume aan
‘slapende’ deposito’s geparkeerd op gereglementeerde depositorekeningen moest volgens de regering aangesproken worden om actief te gaan investeren in het bedrijfsleven en zo de jobcreatie te ondersteunen. Daarom werd het maximum bedrag aan interest dat belastingvrij kon genoten worden op gereglementeerde spaardeposito’s gehalveerd van 1.880 euro naar 940 euro. De budgettaire ruimte die daarmee vrijkwam werd gebruikt om een belastingvrijstelling in te voeren voor de eerste schijf van 640 euro aan binnen- of buitenlandse dividenden.

Concreet betekent dit dat elke individuele belastingplichtige voor inkomstenjaar 2018 recht heeft op een belastingvrij dividend van 640 euro, of 1.280 euro per koppel. De vrijstelling geldt enkel voor gewone dividenden van aandelen en winstbewijzen, en bijvoorbeeld niet voor in dividenden geherkwalificeerde interesten die de 1:1 debt/equity ratio overschrijden, noch voor inkoop- of liquidatieboni.

Verder is vereist dat het gaat om rechtstreekse investeringen in het bedrijfsleven, zodat dividenden uitgekeerd door (of via) instellingen voor collectieve belegging (bijv. bevek’s,  gemeenschappelijke beleggingsfondsen) niet in aanmerking komen.

Geen voorwaarden worden gesteld op het vlak van de aandelen of winstbewijzen zelf. Het maakt dus geen verschil of de aandelen beursgenoteerd zijn of niet, of van binnenlandse of buitenlandse oorsprong zijn. Dit betekent dat elke aandeelhouder van de vrijstelling kan genieten, ongeacht of het gaat om aandelen in zijn of haar eigen KMO vennootschap, dan wel om aandelen in een beursgenoteerde entiteit. In dit kader is het ook nuttig te vermelden dat de nieuwe vrijstelling kan gecumuleerd worden met andere vrijstellingen, zoals bijvoorbeeld met de belastingvrijstelling bij uitkering van liquidatiereserves naar aanleiding van een ontbinding en vereffening van de vennootschap.

Aangifte van dividend vereist
De vrijstelling wordt niet verleend aan de bron door een verzaking aan de inning van de roerende voorheffing, maar dient aangevraagd te worden in de aangifte in de personenbelasting. Dit betekent dat eerst de roerende voorheffing (normaal tarief: 30%) moet ingehouden worden aan de bron door de schuldenaar of betaalagent, waarna de aandeelhouder in zijn of haar aangifte van het betrokken inkomstenjaar de verrekening van die voorheffing vraagt en desgevallend de terugbetaling. Indien de ontvangen dividenden aan verschillende percentages van roerende voorheffing onderworpen zijn (bijv. 30% en 15% in het kader van de VVPR-bis regeling) staat het de belastingplichtige vrij te kiezen voor welke inkomsten hij of zij de vrijstelling vraagt. De wet vereist dat de vrijstelling wordt gestaafd met bewijsstukken die ter beschikking worden gehouden van de administratie.

Mocht uw vennootschap in 2018 dus nog geen dividend hebben uitgekeerd en u alsnog gebruik wenst te maken van de vrijstelling, dan kan u in de komende weken nog steeds overgaan tot de uitkering van hetzij een tussentijds dividend, hetzij (indien dit kostenefficiënt kan uitgevoerd worden) een interimdividend, zolang de toekenning of betaalbaarstelling (die ook de roerende voorheffing opeisbaar maakt) maar in 2018 geschiedt.

Dit advies verscheen in het magazine Vrij Ondernemen.

Meer informatie: Baker Tilly Belgium