Interview Maggie De Block: “Ook het klimaat voor onze ondernemers is belangrijk”

Minister van Sociale Zaken Maggie De Block blikt achteruit én vooruit

“We moeten werken aan het klimaat, maar ook aan het ondernemersklimaat. Ik wil absoluut naar een volledig gelijke bescherming van iedereen die werkt: zelfstandigen, werknemers en ambtenaren.” Minister voor Sociale Zaken Maggie De Block (Open Vld) zet de realisaties voor zelfstandigen van het afgelopen jaar op een rij. Daarnaast blikt ze vooruit op wat ze de komende vijf jaar graag wil realiseren als zij en haar partij daar op 26 mei de steun voor krijgen van de kiezer.

Hoe kijkt u terug op de val van de regering?
We liepen een mooie wedstrijd, maar zijn vlak voor de eindspurt moeten stoppen. Het is jammer dat de N-VA uit de regering is gestapt, want we hebben de afgelopen jaren op heel wat vlakken goed samengewerkt. Denk maar aan de tax shift die een gunstig effect heeft op de jobcreatie en een lagere belastingdruk voor zelfstandigen. En er ligt nog zoveel werk op de plank. We hebben eigenlijk geen tijd te verliezen om noodzakelijke maatregelen te nemen zoals afgesproken in de jobsdeal. Mijn partij is een betrouwbare bondgenoot voor zelfstandigen.

Sinds ons vorig gesprek eind 2017, heeft u met de regering een aantal nieuwe maatregelen voor zelfstandigen laten ingaan. Over welke bent u het meest tevreden?
Dan denk ik aan de snellere terugbetaling van de moederschapsuitkering voor zelfstandigen. De eerste weken met je baby moeten zorgeloos zijn. Daarom moeten mama’s die zelfstandige zijn voortaan geen vier maanden meer wachten op een uitkering. De periode is nu ingekort tot een maand. Zelfstandigen worden nu gelijk behandeld met werknemers. We hebben ook de website http://www.eerstewerknemer.be gelanceerd. Ik ken heel wat zelfstandigen die werk te veel hebben. Daarom vallen voor een eerste werknemer de RSZ-bijdragen volledig weg. Die vrijstelling zal blijven bestaan zolang de onderneming bestaat. Meer dan 33.000 zelfstandigen hebben iemand in dienst genomen waardoor ze een beetje meer tijd krijgen voor zichzelf.

Stress en burn-out

Inzake de voorkoming van burn-out komt er een specifieke aanpak op maat van ondernemers. Lopen zij meer risico dan werknemers op uitvallen met een burn-out of een andere psychische aandoening?
We willen in een proefproject zowel aandacht voor het geestelijk welzijn van de ondernemer als van zijn medewerkers, want in een kmo hangt dat nauw samen: als een werknemer uitvalt, wie gaat er dan inspringen om het werk te doen? Ofwel zijn collega’s die het er moeten bijnemen, of in veel gevallen zijn werkgever, de zelfstandige zelf. Of je het nu burn-out noemt, of zoals vroeger overbelasting of oververmoeidheid, bij een op drie werknemers die langdurig thuis zitten is een psychische aandoening de oorzaak. Volgens de statistieken lopen zij meer risico op burn-out dan ondernemers. Bij ondernemers tellen we maar 2,5 procent langdurig zieken, bij werknemers is dat 12,6 procent. Als je zelf je agenda kunt bepalen, zelf veel voldoening hebt van je werk, is dat inderdaad een groot pluspunt, maar dat betekent niet dat ondernemers er immuun voor zouden zijn.
Nog een verschil: burn-out heeft vaak ook met andere factoren dan werk te maken. Maar werknemers die bijvoorbeeld kampen met familiale problemen kunnen makkelijker de schuld voor hun burn-out leggen bij de werkdruk, of bij hun baas. Die baas zelf kan het echter niet doorschuiven.

Hoe gaat die aanpak er concreet uitzien?
Voorkomen is hier letterlijk beter dan genezen. In een eerste fase willen we ondernemers bewust maken rond stress en burn-out. We willen sensibiliseren want ik hoor vaak ‘mij overkomt dat toch niet?’ Ondernemers moeten aandacht hebben voor hun mentale veerkracht en eventuele alarmlichtjes. De tweede stap is preventie: als de eerste tekenen zich voordoen, tijdig aan de noodrem trekken. En informeren wat ze er aan kunnen doen, want dat weten ze vaak totaal niet. De derde stap is begeleiding: als het je toch overkomt, hoe raak je weer uit de put, hoe ga je het aanpakken om opnieuw aan de slag te gaan? In elk van die fases willen we de drempel verlagen om tijdig advies, hulp en begeleiding te zoeken. De resultaten van dit proefproject zullen de basis vormen voor beleid in de toekomst.

Werken belonen

Er zijn de afgelopen jaren heel wat jobs bijgekomen. Bedrijven zijn nu vooral op zoek naar geschikt personeel om die jobs in te vullen.
De regering heeft de lasten verlaagd en de bedrijven hebben meer dan 250.000 jobs gecreëerd. Er staan nog 150.000 vacatures open. We hebben daarvoor alle talenten nodig. Nooit eerder waren er zo veel mensen aan de slag als vandaag. Voor het eerst zijn zeven op de tien van alle 20- tot 64-jarigen aan de slag. In Nederland en Duitsland is dat acht op tien. Het is belangrijk om meer mensen aan het werk te krijgen. Als we de werkzaamheidsgraad van Nederland of Duitsland zouden bereiken, is niet alleen onze sociale zekerheid gered maar zouden we ook een overschot op onze begroting hebben!

Hoe wil u het aantal openstaande vacatures op onze arbeidsmarkt terugdringen? Is dat niet de bedoeling van de jobsdeal die in de zomer van 2018 is afgesproken?
In de jobs deal zitten enkele belangrijke maatregelen. Ik hoop dan ook dat alles kan uitgevoerd worden. Maar voor de volgende regering hebben we een turbo nodig. En die turbo is de uitvoering van onze liberale maatregelen. Het belangrijkste is om werken nog meer te belonen. Het verschil tussen uitkering en loon moet groter. Dat betekent een verdere verlaging van de lasten op arbeid.
Ik ben ook voorstander van een beperking van de werkloosheid in de tijd, omdat dit mensen zal aanmoedigen om de stap te zetten naar een job. Je kan niet een heel leven op een uitkering teren. Ook moeten we definitief komaf maken met het stelsel van brugpensioen (SWT).

De beperking van de werkloosheid is een harde maatregel. Vang je niet meer vliegen met honing dan met azijn?
We moeten werkzoekenden naar de geknipte vacature begeleiden, opleiden in knelpuntberoepen en herscholen. Het is belangrijk dat iedereen meekan in deze snel veranderende wereld. Niemand mag achter blijven.

Wat met oudere werknemers?
Dit geldt ook voor oudere werknemers: ik weiger om deze groep zomaar af te schrijven. We moeten kijken hoe iedereen op een haalbare manier aan de slag kan blijven tot zijn of haar pensioenleeftijd. Net daarom zet ik zo hard in op het systeem van zachte landingsbanen. En naar de toekomst toe wil ik dit nog versoepelen.

Eén van de meest gestelde vragen bij zelfstandigen: hoe kan ik geschikte medewerkers vinden? Kan u daar een concrete maatregel geven om dat aan te pakken?
Naast de vele maatregelen uit de jobsdeal, wil ik mensen aan het stuur zetten van hun loopbaan. Een deel van hun opzeggingsvergoeding moet onbelast zijn en ingezet kunnen worden voor een opleiding die ze zelf kiezen. Dat is het opleidingsbudget dat ik wil realiseren. Zo kunnen bedrijven geschikte profielen aantrekken.
Op termijn moet dat evolueren naar een opleidingsrekening: een rugzak die werknemers meenemen tijdens hun loopbaan en waarmee ze kunnen investeren in opleiding. Ik geef een voorbeeld. Een bankbediende wordt na drie jaar ontslagen en wil een opleiding tot Data Protection Officer volgen, een functie waar veel bedrijven naar op zoek zijn. In plaats van 9.300 euro netto opzeggingsvergoeding krijgt hij slechts 6.200 euro, maar wel 5.200 euro netto extra om de opleiding te betalen.

Naar één sociaal statuut

Als we het goed horen heeft u nog veel plannen, bent u opnieuw kandidaat-minister in voor een volgende regering?
Als de kiezer het wil, zou ik graag minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken blijven want het werk voor zelfstandigen is verre van af.

Wat zijn uw prioriteiten voor een eventuele volgende legislatuur?
Mijn speerpunt is een eengemaakt sociaal statuut voor iedereen die werkt of onderneemt. Hier is al aan gewerkt, en in de volgende legislatuur moeten we een grote stap voorwaarts zetten. Het statuut waarin je werkt zou niet van belang mogen zijn voor het niveau van je sociale bescherming. Daarnaast wil ik van de flexi-jobs een algemeen principe maken voor alle sectoren: iedereen die minstens vier vijfden werkt of met pensioen is, kan in elke sector een flexi-job doen. Vandaag zijn de flexi-jobs al een groot succes in de horeca, bij bakkers, slagers, kappers, superettes en voor het geven van bijlessen.

Is een minimumpensioen van 1.500 euro voor zelfstandigen een goed idee?
De pensioenen van zelfstandigen zijn schabouwelijk. Ik wil het wettelijk pensioen voor zelfstandigen op het niveau van de werknemers brengen. Zelfstandigen zouden in de toekomst op dezelfde manier pensioen moeten kunnen opbouwen als werknemers. Dat kan dan aangevuld worden met een tweede pijler. Want wie verkondigt dat dit allemaal via de eerste pijler van het wettelijk pensioen kan, gelooft in sprookjes. We hebben een vergrijzingskost van zo’n 16 miljard euro die op ons afkomt. We moeten gaan voor een uitbreiding van de tweede pijler voor iedereen die werkt en blijven inzetten op de derde pijler. En uiteraard moet de fiscale aftrek voor het pensioensparen blijven, net als voor dienstencheques.

Vandaag hebben zelfstandigen die ziek worden, geen sociale bescherming. Is het geen tijd dat hier werk wordt van gemaakt?
Zelfstandigen die tegenslag hebben, moeten recht hebben op een vervangingsuitkering, zoals ook voor werknemers het geval is. Een zelfstandige kan toch ook griep krijgen? Tijdens deze legislatuur had ik de carensperiode reeds verlaagd van een maand naar twee weken. Dit wordt nu nog eens ingekort naar zeven dagen. Daarenboven worden ziekteperiodes van langer dan zeven dagen al vanaf de eerste dag vergoed.
In het hervormd systeem van werkloosheid moet er ook plaats zijn voor zelfstandigen. We beperken ze tot twee jaar in de tijd en stellen ze ook open voor zelfstandigen die hun activiteit dienen stop te zetten. In deze periode moet er ruimte zijn voor een heroriëntatie naar een nieuwe zelfstandige activiteit of een job op de arbeidsmarkt door middel van intensieve begeleiding en bijscholing. Ondernemers hebben het recht om te falen en het de volgende keer beter te doen.
Mijn horizon is dan ook duidelijk: ik wil op termijn naar één sociaal statuut voor iedereen die werkt, of je nu werknemer, ambtenaar of zelfstandige bent. Op die nagel zal ik hard kloppen in een volgende legislatuur. Daarnaast wil ik het ook voor zelfstandigen gemakkelijker maken om werk en gezin te combineren. Ik wil dan ook inzetten op betere en betaalbare kinderopvang. Daarvoor zie ik een rol weg gelegd voor meer startende zelfstandigen.

Komt er, als het van Open Vld afhangt, opnieuw een lastenverlaging voor werkgevers?
We verlagen opnieuw de lasten op arbeid. In het kader van de taxshift heeft de regering onder meer de basisbijdragen voor de sociale zekerheid verlaagd voor werkgevers in twee stappen: in 2016 van 32,4 procent naar 30 procent en vanaf dit jaar van 30 naar 25 procent. Het zou goed zijn als we volgende legislatuur richting 20 procent zouden gaan.