Mobiliteitsbudget: cumulatie met verplaatsingskosten

Sinds 1 maart 2019 kan een werknemer, die over een bedrijfswagen beschikt, de wagen inruilen voor een mobiliteitsbudget. Wat dit mobiliteitsbudget precies inhoudt en welke de modaliteiten ervan zijn, kunt u hier nalezen.

Het verkrijgen van het mobiliteitsbudget heeft tot gevolg dat de werkgever geen verplaatsingsvergoeding(en) meer moet betalen vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de werknemer een mobiliteitsbudget wordt toegekend.

De verplichting tot betaling van de voorziene tussenkomsten in woon-werkverkeer (bijvoorbeeld deze voorzien in de sector of op ondernemingsniveau) valt dus weg. Het staat de werkgever echter nog steeds vrij om, hoewel niet verplicht, toch nog een verplaatsingsvergoeding toe te kennen.

De combinatie met het mobiliteitsbudget zorgt ervoor dat de werknemer niet meer kan genieten van de fiscale vrijstelling voor woon-werkverkeer.

Voor wat betreft de sociale bijdragen was tot voor kort geen cumulatieverbod voorzien. Een recent koninklijk besluit past de RSZ-reglementering aan zodat vergoedingen voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling die worden betaald of toegekend aan een werknemer met een mobiliteitsbudget, als loon worden beschouwd voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen.

Een uitzondering wordt gemaakt voor de werknemer die gedurende minstens drie maanden voorafgaand aan de aanvraag van het mobiliteitsbudget, reeds een bedrijfswagen met een verplaatsingsvergoeding cumuleerde. In dergelijk geval kan de fiscale en parafiscale vrijstelling verder worden toegepast.

In alle andere gevallen zal een verplaatsingsvergoeding onderworpen zijn aan fiscale- en sociale bijdragen.

Bron: http://www.easypay-group.com