Fiscaal advies

Fiscaal advies door Marc De Munter

De vraag of uw vennootschap ‘klein’ of ‘groot’ is, is een vrij relevante vraag op fiscaal vlak.  In het vorig nummer van Vrij Ondernemen lichtten we de beoordelingscriteria toe. Belangrijk hierbij is dat een vennootschap die met een of meer andere vennootschappen verbonden is, de cijfers voor balanstotaal en omzet op geconsolideerde of geaggregeerde wijze moet berekenen. Daarom gaan we hier even verder in op het aspect verbondenheid en het concept controle.

Verbondenheid wordt bepaald door het concept ‘controle’ en verbonden vennootschappen omvatten de controlerende en de gecontroleerde vennootschap, alsook de vennootschappen die een consortium vormen.  Controle is de bevoegdheid om in rechte of in feite een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van het beleid van de gecontroleerde vennootschap.  De controle is in rechte en onweerlegbaar vermoed als bijvoorbeeld een vennoot de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal aantal aandelen bezit, of wanneer een vennoot het recht heeft de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders te benoemen of anderszins over een controlebevoegdheid beschikt krachtens de statuten of met de gecontroleerde vennootschap afgesloten overeenkomsten.  Indien u dus alle aandelen (met alle eraan verbonden stemrechten) bezit van een (management)vennootschap, oefent u controle uit over deze vennootschap.

Vennootschappen (andere dan dochtervennootschappen) maken deel uit van een consortium als ze onder centrale leiding staan.  Er bestaat een onweerlegbaar vermoeden van centrale leiding wanneer deze voortvloeit uit tussen deze vennootschappen gesloten overeenkomsten of uit statutaire bepalingen, dan wel wanneer hun bestuursorganen voor het merendeel bestaan uit dezelfde personen.  Er geldt een weerlegbaar vermoeden van centrale leiding wanneer de meerderheid van hun aandelen wordt gehouden door dezelfde personen.

Praktijkvoorbeelden

Stel dat u persoonlijk 100% houdt in een managementvennootschap (‘manco’) en 80% van een operationele vennootschap ‘opco’), dan geldt er een weerlegbaar vermoeden van centrale leiding, gezien u de meerderheid van de aandelen in beide vennootschappen houdt.  Indien de opco groot is en het vermoeden van centrale leiding kan niet worden weerlegd, dan zal de manco ook groot zijn, nu beide vennootschappen verbonden zijn.  Dit houdt in dat uw manco bijv. geen liquidatiereserve kan aanleggen of de 20% investeringsaftrek niet kan toepassen in boekjaren 2018 en 2019.

Stel u houdt samen met uw zus elk 50% van de aandelen in vennootschap A, waarvan u samen ook de enige bestuurders bent.  U wordt beiden gevraagd door een derde ondernemer om een 40% aandelenparticipatie te nemen in vennootschap B, waarvan u beiden ook bestuurder wordt (naast de genoemde ondernemer).  Ondanks de minderheidsparticipatie in B, vormen B en A een consortium op balansdatum van boekjaar N van vennootschap A omdat u met uw zus de meerderheid vormt van het bestuursorgaan van beide vennootschappen.  Er is dus een onweerlegbaar vermoeden van centrale leiding.  Stel dat vennootschap B groot is, dan wordt vennootschap A ook groot en verliest zij de fiscale voordelen van een kleine vennootschap in principe vanaf boekjaar N+2.

Besluit

Het is duidelijk dat de grootte van een vennootschap een belangrijke impact kan hebben op haar fiscale behandeling.  Daarbij dient niet enkel naar elke vennootschap afzonderlijk te worden gekeken, maar dienen ook de banden met andere vennootschappen in kaart te worden gebracht.  Het gebeurt vaak dat een ondernemer, naast zijn operationele vennootschap of groep, ook (enig) aandeelhouder en bestuurder/zaakvoerder is in een management- , consulting of patrimoniumvennootschap.  Veelal wordt ervan uitgegaan dat deze laatste vennootschap klein is, maar dit is vaak ook niet het geval indien er bijvoorbeeld sprake is van centrale leiding en de vennootschappen dus een consortium vormen.   Het is belangrijk deze banden met andere vennootschappen op regelmatige wijze te analyseren en te zien welke impact dit heeft op de grootte van de betrokken vennootschap.

Marc De Munter is Tax Partner bij Baker Tilly en master in de rechten en fiscale wetenschappen.