100 jaar pasta van Soubry

De gemiddelde Belg eet ongeveer vijf kilogram pasta per jaar. Daar is Soubry voor een groot deel voor verantwoordelijk. Honderd jaar geleden waagde Joseph Soubry, grondlegger van het bedrijf, een gokje. Hij besloot iets te produceren waar Belgen nauwelijks voeling mee hadden: pasta. Een eeuw later blijkt dat nog steeds een goede keuze, want vandaag is Soubry marktleider in de Benelux.

We komen aan in Roeselare voor een gesprek met Matthieu Soubry (54). Samen met zijn broer Michel Soubry
(58) is hij de derde generatie die het familiebedrijf leidt. “Tijdens de Eerste Wereldoorlog moest onze grootvader
zijn bedrijf in cichorei en lijnzaadolie ontvluchten. Dat was toen nog gelegen in Moorslede. Na de oorlog vond hij het helemaal platgebombardeerd terug. Hij merkte op dat cichorei niet lang meer zou bestaan en besloot zich te
richten op pasta. Een gewaagde keuze, want in die tijd werd er alleen macaroni gegeten met ham en kaas en vermicelli in de soep.”

Gekleurde prenten
Al honderd jaar geleden gaf Joseph Soubry de richting aan die het bedrijf tot op vandaag zou aanhouden. Investeren, innoveren je product goed in de markt zetten waren zijn stokpaardjes. “Zowel in 1935 als in 1958 waren we aanwezig op de wereldtentoonstellingen, dat was ook het moment waarop het bekende logo van Soubry ontstaan is”, zegt Matthieu. Na de Expo van 1958 won het bedrijf snel aan marktaandeel. “Onze actie waarbij je punten kon sparen en deze kon inruilen voor een kunstreproductie was een heel groot succes. Aan marketing werd in die tijd nog niet echt gedacht, maar dat was best een straffe actie. Tot 2010 hebben we nog aanvragen binnengekregen.” Ook op technologisch vlak was Soubry een van de grondleggers. Met hun nieuwe manier om pasta te drogen, verrasten ze alle concurrenten. “Tot in de jaren tachtig moest pasta maar liefst zestien uur drogen, maar door te drogen op hoge temperatuur kon dit vier keer sneller. Aanvankelijk waren velen daar sceptisch over. De kwaliteit zou minder zijn en de vitamines zouden verloren gaan, dat klopt natuurlijk niet. Ondertussen werkt iedereen op die manier.”

Lees het volledige artikel: