Dorpsbrouwerij met internationaal karakter

Jef Versele (45) staat al tien jaar aan het roer, of moeten we zeggen de brouwketels, van brouwerij Van Steenberge. Als zesde generatie brouwer deed hij twintig jaar geleden zijn intrede in het familiebedrijf. Sindsdien schaalde hij de productie op van 3,5 miljoen naar 18 miljoen liter bier per jaar. Nieuwe biersoorten, exclusieve edities en creatieve marketing in combinatie met originele kwaliteit stuwen de producent van Augustijn en Gulden Draak vooruit.  

1784. Jan-Baptist De Bruyne, grondlegger van het bedrijf, was landbouwer. Tijdens de strenge winter begon hij voor het eerst met bierbrouwen. “Dat was een tijd waarin elk dorp zijn eigen brouwerij had. Alleen al in het Meetjesland waren er honderden. Jan-Baptist had zelf geen kinderen, maar zijn neef, Jozef Schelfaut, trad in zijn voetsporen”, zegt Jef. “Vanaf dan begon elke brouwerij zijn eigen horecazaken aan te kopen. We brouwden dus bier om onze eigen cafés te voorzien in die tijd. Dat was tot en met de jaren vijftig-zestig ons verdienmodel. Op zich liep dat goed, maar de brouwerij kon dus alleen maar groeien als er ook meer cafés bijkwamen. Op een bepaald moment botst dat op zijn limieten.” 

Na Jozef Schelfaut nam zijn dochter, Margriet Schelfaut, de leiding over van het bedrijf. Dat deed ze samen met haar man, Paul Van Steenberge. “Mijn overgrootouders waren zeer bedrijvige mensen. De brouwerij was maar één van hun vele bezigheden. De eerste echte brouwer in de familie was hun zoon, Jozef Van Steenberge. Mijn grootvader had drie dochters, waaronder mijn moeder Greta. De brouwkunst gaf hij door aan zijn zoon Paul, die de vijfde generatie brouwer zou worden. Jozef en Paul leerden mij op hun beurt de kneepjes van het brouwen en zo ben ik tot op vandaag zesde generatie brouwer in het bedrijf.” 

Lees het volledige interview: