Zelfstandige in hoofd- of bijberoep

Zelfstandige in hoofdberoep

Ieder natuurlijk persoon die een activiteit uitoefent, dat een beroepsinkomen kan opleveren, zonder hiervoor verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst (arbeiders, bedienden of ambtenaren), wordt als zelfstandige in hoofdberoep beschouwd.

Zelfstandige in bijberoep

Je kan een zelfstandige activiteit combineren met een andere activiteit. Je bent dan zelfstandig in bijberoep. Je zal dan in de meeste gevallen minder sociale bijdragen betalen omdat je sociale zekerheid hebt in de andere activiteit.

Combinatie werknemer in de privésector en zelfstandige activiteit.
De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast minstens 5/10e werkt in de privésector en minstens 235 uur per kwartaal presteert.

Combinatie statutaire tewerkstelling bij overheid (excl. onderwijs, incl. NMBS) en zelfstandige activiteit.
De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast jaarlijks minstens 8 maanden of 200 dagen en minstens halftijds vastbenoemd werkt bij de overheid.

Combinatie onderwijsopdracht en zelfstandige activiteit.
Een zelfstandige activiteit in bijberoep kan in combinatie met een onderwijsopdracht van minstens 6/10e van een volledig uurrooster voor een benoemde leerkracht en minstens 5/10e voor niet-benoemde leerkrachten.

Combinatie vervangingsinkomen en zelfstandige activiteit.
De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige een vervangingsinkomen geniet, bv. ziekte-en invaliditeitsuitkering als loontrekkende, werkloosheidsuitkering, tijdskrediet, conventioneel brugpensioen.

Zelfstandig helper

Ook een zelfstandig helper is onderworpen aan het sociaal statuut voor zelfstandigen en moet zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

Wie is helper?
Ieder natuurlijk persoon die een zelfstandige bijstaat of vervangt in de uitoefening van zijn beroep, zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden, is helper. Het bepalend criterium is dus de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst. Wanneer zou blijken dat de helper in werkelijkheid toch in ondergeschikt verband de zelfstandige helpt, wordt hij beschouwd als werknemer (stelsel RSZ) en valt hij niet onder het toepassingsgebied van het sociaal statuut voor zelfstandigen. De zelfstandige die geholpen wordt, is noodzakelijkerwijze een natuurlijk persoon. Een rechtspersoon kan niet worden vervangen of bijgestaan. De helper en de zelfstandige hoeven geen verwanten te zijn.

Speciale regeling voor beginnende jonge helpers.
Beginnende jonge helpers zijn slechts verzekeringsplichtig vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 20 jaar worden. Als ze voordien huwen zijn ze verzekeringsplichtig vanaf het kwartaal van het huwelijk. Helpers die niet verzekeringsplichtig zijn:

  • ongehuwde helpers vóór 1 januari van het jaar waarin ze 20 jaar worden;
  • toevallige helpers, die hun activiteit minder dan 90 dagen per jaar en op niet-regelmatige wijze uitoefenen

Meewerkende echtgenoot (m/v) of partner

De wetgever gaat ervan uit dat de echtgenoot een meewerkende echtgenoot is wanneer hij of zij:
-geen eigen inkomen heeft uit een andere beroepsactiviteit;
-geen vervangingsinkomen heeft dat recht geeft op een volwaardige dekking in de sociale zekerheid;
-effectief meehelpt in de zaak van de zelfstandige.

De echtgenoot die de zelfstandige helemaal niet helpt of toevallig helpt (gedurende minder dan 90 dagen per jaar en op niet-regelmatige basis) wordt niet als meewerkende echtgenoot beschouwd.
Ook diegene die met een zelfstandige samenwoont en een wettelijk samenlevingscontract heeft afgesloten, wordt als meewerkende echtgenoot beschouwd. De echtgenoot (m/v) van een bedrijfsleider in een vennootschap is geen meewerkende echtgenoot. Wie aandelen in een vennootschap heeft en meewerkt, is werkend vennoot en moet als zelfstandige verzekerd zijn.

Het mini-statuut (enkel mogelijk voor personen geboren vóór 1/1/1956)
De meewerkende echtgenoot (m/v) van een zelfstandige moet zich verzekeren voor de minimale dekking door aan te sluiten bij het sociale verzekeringsfonds van de echtgenoot. Zo is hij/zij verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid (inclusief moederschapsuitkering) en invaliditeit. Voor die risico’s zijn er geen afgeleide rechten via de gehuwde partner. De sociale bijdragen worden berekend op het beroepsinkomen van de hoofdzelfstandige.

Het maxi-statuut (voor personen geboren na 1/1/1956)
Het maxi-statuut geeft recht op kinderbijslag, pensioen, moederschapsuitkering, verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en invaliditeitsverzekering. Zoals bij het mini-statuut dient de meewerkende partner zich aan te sluiten bij het sociaal verzekeringsfonds van de echtgenoot (m/v).
De sociale bijdragen zullen worden berekend op het fiscaal meewerkinkomen dat de zelfstandige heeft toegekend aan zijn of haar echtgenoot. Wanneer een echtgenoot in het maxistatuut stapt, bevindt hij/zij zich in het begin van een activiteit en betaalt dan voorlopige bijdragen. Deze voorlopige bijdragen worden geregulariseerd zodra de fiscus het werkelijke netto beroepsinkomen aan Incozina meedeelt.

Mandatarissen in vennootschappen

Niet elk mandaat dat binnen een vennootschap wordt uitgeoefend geeft aanleiding tot onderwerping aan het sociaal statuut voor zelfstandigen.

-Stille vennoot: geen onderwerpingsplicht want hij/zij brengt enkel kapitaal in de vennootschap
-Werkend vennoot: onderwerpingsplicht
-Zaakvoerder/bestuurder: onderwerpingsplicht tenzij ze het kosteloos mandaat zowel in feite als in rechte kunnen aantonen. Dat doen ze door in feite geen materieel voordeel uit het mandaat te halen, ook geen voordeel in natura en in rechte: via de statuten of via een beslissing van de algemene vergadering stipuleren dat het mandaat zonder voorbehoud onbezoldigd is
-Commissaris en commissaris-revisor: onderwerpingsplicht
-Vereffenaar: onderwerpingsplicht

 

Bron:
incozina_logo_web400